Verduurzaming

De verduurzaming van ons land is al geruime tijd op gang. Met veel goede resultaten. In stedelijk gebied en daarbuiten. Nu en de komende decennia ligt het accent op Co2 reductie in het licht van de klimaatverandering; door sommigen beoordeeld als de klimaatdisruptie. Dat benadrukt de urgentie sterker. Nederland heeft een pittige opgave. In Europees verband scoren wij wat dat betreft qua performance soms onderaan lijstjes. Wij willen nu sneller. Moeten dat ook, om onze internationale en nationale afspraken rond Co2 reductie c.a. te kunnen realiseren. Voor zover wij dat als inwoners al niet tot onze morele plicht rekenen ten opzichte van volgende generaties. Het voelt niet goed als wij de noodzaak erkennen en ons niet tot het uiterste inspannen om ons aandeel aan het beperken van de gevolgen te leveren als generatie. Dat wij snel en soms drastisch moeten veranderen komt gelukkig bij steeds meer mensen en organisaties tussen de oren. Maar ook dat daarin ook veel kansen besloten liggen. Dit vormt de huidige basis voor de noodzakelijke versnelling en verbreding: door verplichte en niet-vrijblijvende planning, maar ook door nieuwe normen, spontane initiatieven, verdere innovatie, gedragsaanpassing e.d.

Graag leveren wij onze inzet om deze actie tot resultaat te brengen. Op regionale schaal op basis van lokale plannen. Voor het stedelijke- én het buitengebied.

Landelijke aanpak met regionale uitvoeringsplanning

Het Klimaatakkoord geeft de kaders aan waarbinnen – op de schaal van ca. 30 regio’s – gepland moet gaan worden om de taakstelling voor het onderdeel gebouwde omgeving (3,4 Mt minder uitstoot CO2) te gaan realiseren. Daarnaast zullen ook op landelijke schaal afspraken gemaakt worden om de taakstelling voor elektriciteit (20,2 Mt), mobiliteit (7,3 Mt) , industrie (14,3 Mt), landbouw en landgebruik (3,5 Mt)  te realiseren. Opgeteld moet dit leiden tot een reductie van 48,7 Mt in 2030 ten opzichte van 1990 om ons nationale aandeel aan ‘Parijs’ te kunnen leveren. Gemeenten en regio’s richten zich vooral op de issues: elektriciteit en gebouwde omgeving.

De opgave loopt parallel aan die om de gasproductie in Groningen snel af te bouwen naar ca. 0 in 2030

Wim van Veelen kan als programmamanager zijn rol spelen bij het maken en uitvoeren van de regionale afspraken. Bovengemeentelijk, in regionale of provinciale verbanden, zal een zgn. RES (Regionale Energie Strategie) worden opgesteld in ingebracht. Per gemeente zal daartoe  – op maat van de lokaal te kiezen insteek qua organisatie, ambitie, volgorde e.d. – een planning worden gemaakt voor de realisatie van de besparing, de afkoppeling van aardgas, de keuze van alternatieven voor verwarming en warm water inclusief de opwek van duurzame energie via zon, wind, biomassa, geothermie, warmtewisseling, warmtelevering e.a.

Vanuit de regionale verantwoordelijkheid wordt dit begeleid door te coördineren, te inspireren, te faciliteren en te verbinden. Tevens worden kansen gezocht en gefaciliteerd voor grensoverschrijdende oplossingen en voor resultaat op andere terreinen (Mobiliteit, landbouw e.d.). Binnen de regio (tussen gemeenten onderling), maar zo mogelijk ook met aangrenzende regio’s. Ervaringen en ideeën die in andere regio’s zijn/worden opgedaan worden ingebracht in de coördinerende overleggen op bestuurlijk en ambtelijk niveau van alle betrokken regionale partners.

Initiatieven worden genomen om te bevorderen dat de ‘uitvoering’ in termen van capaciteit, efficiency, financiële middelen e.d. zo realistisch mogelijk wordt.

De communicatie wordt ingericht om maatschappelijk en politiek optimaal draagvlak te creëren.

Het (voorlopig) eindresultaat is een robuuste planning op regionaal niveau die medio 2019 gereed is en optelt tot tenminste het niveau van de regionale taakstelling, zodat groen licht en middelen voor de uitvoering kunnen worden verkregen van provincie en rijk.

 

Stedelijk gebied

Verduurzaming in stedelijk gebied richt zich naast de Energietransitie vooral ook op aanpassingen aan de infrastructuur in verband met regen- en oppervlaktewater en temperatuur beheersing (de zgn. Klimaatadaptatie), op de afbouw van afvalstromen en het optimaal hergebruik daarvan (Circulaire Economie) en op reductie van de emissies in verband met Mobiliteit.

Wim van Veelen kan hierin een rol spelen vanuit zijn ervaring als gebiedsontwikkelaar en wethouder ruimtelijke ordening en duurzaamheid.

Energietransitie

(onder constructie)

 

Klimaatadaptatie

(onder constructie)

Circulaire economie

(Onder constructie)

Mobiliteit

(onder constructie)

Buitengebied

Verduurzaming in het buitengebied betreft al gauw de doorontwikkeling van de agrarische sector in Nederland. Een andere invalshoek is de natuurontwikkeling met als belangrijke insteek behoud en versterken van de biodiversiteit. Er zit spanning tussen belangen van stedelijk- en buitengebied. Maar er zijn ook kansen van beide.

Als wethouder heb ik een bestemmingsplan Buitengebied tot stand kunnen brengen waarin deze spanningen én deze kansen aan de orde waren. Vanuit deze ervaringen en inzichten ben ik in staat om bruggen te slaan tussen belanghebbenden in het buitengebied zelf en tussen stedelijk- en buitengebied om de synergie die potentieel aanwezig is te benutten voor de verduurzaming van Nederland.

Agrarische sector

(Onder constructie)

Natuur en landschap

(Onder constructie)